De Europese permanente portefeuille bestaat uit volgende activa:
- 25% Aandelen: Breed indexfonds van aandelen uit de Eurozone zoals 'Vanguard Eurozone Stock Index Fund'
- 25% Obligaties: 30 jarige Duitse staatsobligaties, de meest kredietwaardige en krachtigste Euro obligaties.
- 25% Goud: Fysiek goud
- 25% Cash: Belegd in veilige spaarrekening, kortlopende (1-3 jaar) Duitse staatsobligaties rechtstreeks bij Duitse overheid opgeslaan.
Stel dat je 10.000 euro belegd hebt begin 1999 in aandelen dan heb je vandaag nog slechts 8.800 euro, na 9 jaar belegd te hebben. Alles in cash en dus kortlopende staatsobligaties veilig in bewaring bij de overheid had je 14.700 euro opgeleverd. Alles in 30 jarige staatsobligaties gaf je nu 18.200 euro. Indien je alles in goud had gestoken had je vandaag 24.600 euro, het beste rendement.
Uiteraard wist je in 1998 niet welke de beste belegging zou zijn de komende 9 jaar, dus stel dat je het in de permanente portefeuille had gestoken, wetende dat de toekomst onzeker is, dan had je nu 16.900 euro. Dat resultaat is natuurlijk niet zo goed als alles in goud gestoken te hebben, maar het is wel dubbel zo goed als alles in aandelen gestoken te hebben en nog steeds een pak beter dan alles op een veilige spaarrekening te hebben gehad.
Uiteraard 10.000 euro in 1998, toen gelijk aan 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank, koopt niet hetzelfde als 10.000 euro vandaag. Als we de prijzen van vandaag terug omzetten in die oude Belgische Frank of Gulden zien we dat zowel in het groot warenhuis, de kledingzaak, het restaurant, aan het pompstation en bij de vastgoedmakelaar de prijzen een stuk hoger liggen.
In een vorig artikel heb ik gesproken over een inflatie van 7,5% per jaar wat betekent dat de prijzen om de 10 jaar verdubbelen. Dat zou betekenen dat je 100% rendement moet hebben elke 10 jaar om gewoon nog maar je koopkracht te behouden. Dit is natuurlijk vrij controversieel. Sommige zaken zijn inderdaad 100% of meer gestegen in vergelijking met 1998 zoals bijvoorbeeld vastgoed, energie en voedsel. Andere zaken zijn minder gestegen zoals auto's, computers, reizen, kledij.
Laten we voor dit artikel uitgaan van een inflatie van 50% sinds 1998, iets wat me toegegeven goed uitkomt in dit artikel want met 7,5% inflatie heeft enkel goud je koopkracht weten te bewaren. Uitgaande van een totale inflatie van 50% wil zeggen dat om hetzelfde te kunnen kopen wat je kon kopen in 1998 met 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank je vandaag 30.000 gulden of 600.000 Belgische Frank moet hebben. Ik hoop dat de meesten hier akkoord mee kunnen gaan.
Dan hebben we de volgende resultaten wat betreft koopkracht behoud of verlies:
- Aandelen: Na 9 jaar beleggen in aandelen heb je van je 20.000 Gulden nog slechts 17.600 Gulden of van 400.000 Belgische Frank naar 350.000 Belgische Frank. Je hebt echter wel 30.000 Gulden of 600.000 Belgische Frank nodig om hetzelfde te kopen. Je bent dus door te beleggen in aandelen meer als 40% van je koopkracht verloren.
- Goud heeft van je 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank maar liefst 50.000 gulden gemaakt of 1.000.000 Belgische Frank. Dat is natuurlijk de Jackpot. Een pak meer als de 30.000 gulden of 600.000 Belgische Frank dat je nodig had. Dankzij te beleggen in goud is je koopkracht gestegen met 60%.
- 30 jarige Staatsobligaties hebben van je 20.000 gulden 36.000 gulden gemaakt of 728.000 Belgische Frank, ook een koopkracht toename van 20%.
- Een veilige spaarrekening zoals korte termijn Duitse Staatsobligaties hebben van je 20.000 gulden 29.400 gulden gemaakt of van je 400.000 Belgische frank 588.000 Belgische Frank gemaakt wat je koopkracht niet heeft doen stijgen maar ook nauwelijks heeft doen dalen.
- Een traditioneel gespreide portefeuille heeft geen goud of 30 jarige staatsobligaties maar gemiddeld 60% aandelen en 40% bedrijfs en staatsobligaties kortere termijn. Deze 'neutrale' belegging zou van je 20.000 gulden slechts een 24.000 gulden of 480.000 Belgische Frank gemaakt hebben wat je koopkracht heeft verminderd met 20%.
- De permanente portefeuille heeft van je 20.000 gulden 34.000 gulden of 680.000 Belgische Frank gemaakt. Je hebt dus je koopkracht bewaard en zelfs 10% doen toenemen dankzij het feit dat je steeds ervoor gezorgd hebt dat je elk jaar opnieuw degelijk beschermd was door ook 25% goud te hebben en 25% 30 jarige staatsobligaties.
Wie had dat geweten in 1998 toen we in een 'nieuw tijdperk' zaten van het internet waar iedereen rijk werd op de beurs, en het algemene kennis was dat aandelen toch gemiddeld 10% per jaar rendement gaven, dat aandelen de komende 9 jaar, zelfs nadat het eerste jaar aandelen 33% winst gaven, je koopkracht nog steeds zou halveren tegen eind 2008.
Wie had in 1998 kunnen voorspellen dat 30 jarige staatsobligaties en goud de juiste belegging was en je koopkracht niet enkel degelijk zou beschermen maar zou doen toenemen?
Velen zullen zeggen 'ik'. Maar kunnen zij ook AANTONEN via een open portefeuille of een beursgenoteerd aandeel of fonds dat ze ook betere resultaten hebben sinds 1999 dan 5,8% per jaar?
Ik kan ze niet op mijn ene hand, maar al op mijn ene vinger tellen en proficiat voor hem en zijn klanten, dat is Roland Vandamme. Al de rest is reeds serieus de dieperik ingegaan, of zijn nog maar een 3 a 5 jaar bezig met hun open portefeuille of, en dat is bij de meeste befaamde goeroes, economen en analisten het geval, hebben gewoon geen open portefeuille , wat het net iets te makkelijk maakt. Ik kan ook sneller racen als Schumager maar doe het enkel offpiste waar niemand het kan zien.
Misschien ken ik nog niet genoeg goeroes maar 1 zaak weet ik: Net zoals in 1998 kan niemand vandaag met zekerheid voorspellen wat er de komende jaren zal gebeuren. Met de permanente portefeuille moet ik me daar ook geen zorgen meer over maken. Wat er ook gebeurd, mijn koopkracht is met slechts 4 activa in elk mogelijk klimaat beschermd:
- Aandelen: beschermt me in tijden van welvaart wanneer alles goed gaat en goud zakt in prijs omdat niemand het nodig heeft. (1950-1968, 1982-2000)
- Cash: beschermt me in tijden van tijdelijke recessie wanneer de prijzen van zowel aandelen, goud en staatsobligaties het moeilijk hebben (1981, 1994, 2001).
- Goud: beschermt me in tijden van stijgende inflatie wanneer de prijzen snel stijgen waardoor de economie vertraagt, aandelen het moeilijk hebben en 30 jarige staatsobligaties klappen krijgen door een stijgende rente (1975-1980).
- Obligaties: beschermt me in tijden van krachtige deflatie wanneer alle activa het moeilijk hebben door een tekort aan euro's (2008).
Je ziet dat de vreselijke beursjaren 2001, 2002 en 2008 met verliezen van gemiddeld 30% op de beurs toch nog aanvaardbare resultaten hebben op het einde van het jaar voor de permanente portefeuille en je slechts een verlies geven van -2 a -3%. Daarom dat de permanente portefeuille me zo bevalt. Op het einde van het jaar zal je nooit zwaar negatief gaan.
Het is zo dat 'past performance' geen garantie is voor 'future performance', dat is ook bij de permanente portefeuille het geval. Het is dus mogelijk dat volgend jaar de permanente portefeuille -20% zou doen, iets wat nog niet gebeurd is in het verleden bij mijn weten. (Het maximum in Amerika sinds 1972 is -5% in 1981.) Maar dat wil niet zeggen dat het nooit zou kunnen gebeuren.
Toch geeft de permanente portefeuille me omwille van de steeds aangehouden degelijke spreiding een grotere zekerheid dat 'past performance' ook zal herhaald worden en het je koopkracht blijft beschermen. Ook is het zo dat indien er een jaar zou komen van -20% de kans heel groot is dat bepaalde activa van de portefeuille het enorm slecht gedaan hebben en bepaalde beleggers die niet zo gespreid beleggen totaal van de kaart geveegd zullen zijn.
Wat je niet nodig hebt om je koopkracht te behouden:
- Buitenlandse aandelen: De 25% euro aandelen zullen in periode van welvaart omhoog gaan. Buitenlandse aandelen kunnen wanneer de beurzen goed gaan toch een slecht rendement hebben door het valutarisico van die aandelen waardoor je koopkracht in tijden van welvaart niet perse beschermd is.
- Buitenlandse valuta: De dollar, yen of Zwitserse frank zijn sterk gecorreleerd met de euro en kunnen dus makkelijk samen met de euro dalen in waarde. De 25% goud beschermt je als de beste tegen het mogelijk waardeloos worden van de euro.
- Bedrijfsobligaties: De 25% staatsobligaties lange termijn beschermen je veel beter tegen een inzakking van de aandelenmarkt dan bedrijfsobligaties. Bedrijfsobligaties zakken soms zelfs samen met aandelen zoals we in 2008 gezien hebben.
- Grondstoffen: De 25% goud beschermt je al tegen exploderende inflatie maar beschermt je ook in tijden van bankcrisissen en muntcrisissen, in tegenstelling tot grondstoffen dat dan ook in elkaar storten.
- Zilver: Zilver gedraagt zich meer als een grondstof in tegenstelling tot goud dat enkel een edelmetaal is. In tijden van deflatie zal zilver dan ook minder beschermen als goud zoals in 2008 weeraleens bewezen is.
- Vastgoed: Vastgoed is geen belegging maar een consumptiegoed of job. Een consumptiegoed kopen in plaats van huren is uiteraard goedkoper op lange termijn. Consumptiegoederen verhuren aan anderen levert geld op als je er goed in bent maar is voornamelijk een job. Als louter belegging via vastgoedbedrijven is de waarde van vastgoed te sterk gecorreleerd met bedrijfsobligaties. Gaan dus meestal omhoog en geven vast rendement maar in tijden van krachtige deflatie zakken ze samen met aandelen en bedrijfsobligaties.
- Kunst & Antiek & Diamanten: In tijden van welvaart doen deze zaken het ook zeer goed en zijn dus sterk gecorreleerd met aandelen maar zullen ook in tijden van deflatie zakken samen met vastgoed, aandelen en bedrijfsobligaties. Enkel winstgevend voor de kenner die er een stevige hobby of job aan heeft.
- Goeroes & Vermogensbeheerders: Goeroes en vermogensbeheerders heb je enkel nodig indien je via je beleggingen je koopkracht serieus wil laten toenemen met het risico dat je koopkracht ook serieus daalt indien fout gespeculeerd. Om je koopkracht te behouden heb je hen echter niet nodig en volstaat de permanente portefeuille.
Uiteraard kunnen al deze zaken je koopkracht serieus doen toenemen indien de timing juist is (dat geldt ook voor het volgen van goeroes en vermogensbeheerders). Indien de timing fout is kunnen al deze zaken je koopkracht serieus doen afnemen.
Tenzij je talent hebt zelf te speculeren of de juiste mensen ervoor te kiezen (en dat zou moeten blijken uit je resultaten die op lange termijn beter moeten zijn dan de permanente portefeuille resultaten) zijn al deze zaken een verspilling van je kostbare tijd en een verspilling van je kapitaal.
Meer rendabel is het dan de belegging of de vermogensbeheerder de rug toe te keren, je talenten te gebruiken waar ze wel renderen en je geld te beleggen volgens de permanente portefeuille zodat je een kapitaal kan opbouwen en houden.
*Data van rendementen verschillende activa zijn afkomstig van:
- Aandelen: Rendementen van de MSCI 'Emu' Index, de index dat ook gevolgd wordt door het 'Vanguard Eurozone Stock Index Fund'.
- Obligaties: Rendementen van de Markit iBoxx € Germany 10+ index. Deze index bevat 11 verschillende 30 jarige Duitse staatsobligaties. De gemiddelde resterende looptijd van die korf van Duitse Staatsobligaties is 22 jaar.
- Goud: Goud in Euro gepubliceerd door de Nationale Bank van België.
- Cash: Voor de rendement berekening gebruik ik de Markit iBoxx € Germany 1-3 index. Deze index bevat 12 verschillende Duitse staatsobligaties met looptijden tussen 1 en 3 jaar. De gemiddelde looptijd is 1,7 jaar.
- Permanente Portefeuille: Jaarlijks wordt de portefeuille terug gebalanceerd naar 25% voor elke activa. Wat gestegen is wordt verkocht, wat gedaald is bijgekocht. De rendementen van de permanente portefeuille zijn transactiekosten van jaarlijks balanceren inbegrepen.
Op vraag van een lezer een toevoeging aan het artikel met meer detail over de werking en transactiekosten van de permanente portefeuille.
Hier een simulatie van de permanente portefeuille wanneer 100.000 euro geïnvesteerd begin 1999:
Het totaal bedrag, 100.000 Euro wordt gelijk verdeeld begin van het jaar 1999 over de 4 verschillende activa. Elk 25.000 Euro dus. In 1999 hebben aandelen +35% rendement gehad. Dus 25.000 Euro x 25% = 33.942 Euro. Obligaties hebben -9,9% gedaan dus de 25.000 euro is slechts 22.528 euro waard eind 1999. Het totaal van de 4 activa eind 1999 = 110.693 Euro. Een rendement van 10.69% voor het jaar.Echter, eind van het jaar dient er terug gebalanceerd te worden zodat elke activa terug 25% vertegenwoordigt. Dus de nieuwe schijf voor volgend jaar wordt elk 1/4e van 110.000 euro, dat is 27.673 euro. Voor aandelen heb je een waarde van 33.942 euro eind 1999. Je dient dus voor een 6.000 euro aan aandelen te verkopen zodat je terug een waarde van 27.673 euro hebt, wat exact 1/4e van de portefeuille is eind 1999.
Tarieven transactie commissies zijn:
Deze tarieven die je betaalt hangen natuurlijk af van welke bank of wisselagent je gebruikt. Als je voor 6.000 euro aan aandelen verkoopt kan je dat 30 euro kosten of 150 euro afhankelijk van wie je gebruikt. Voor het gemak heb ik 1% genomen als verkoop en koop commissie. Je ziet dus een transactiekost staan voor 1999 van 63 euro voor de verkoop van aandelen ter waarde van 6300 euro.De obligaties zijn nog maar 22.538 euro waard eind 1999, dus om tot de 27.673 euro te raken dien je een 5000 euro aan obligaties bij te kopen. Dat zijn 30 jarige staatsobligaties. Het tarrief is bij de grootbanken 0.5% aankoopcommissie en 0.5% verkoopcommissie. Je betaalt dus 26 euro aan transactiekosten.
De transactiekosten van goud zijn een schatting. Bij gold4ex in Brussel is de marge tussen verkoop en aankoopprijs ongeveer 1,5%, wat wil zeggen dat je bij verkoop of aankoop reeds 0,75% verloren bent. Dat is de transactiekost. Echter dat is voor een kilo goud, indien je kleinere nominaties koopt dan heb je een grotere transactiekost. Ik heb het geschat op 1,3% voor zowel aankoop als verkoop als transactiekost wat een marge van 2.6% geeft aan de handelaar tussen verkoop en aankoop.
Cash heeft geen transactiekost want korte termijn 1 jarige duitse staatsobligaties kopen via Finanzagentur en uitzitten is gratis, geen aankoop of verkoopcommissie.
Op het einde van 1999 heb je dus een totaal aan transactiekosten gehad van 96 euro om te balanceren. Dat is 0.09% van de portefeuille. Je rendement is dus niet 10.69% voor het jaar maar 10.69% - 0.09% = 10.6%.
Begin 2000 heb je in elke activa een gelijke 27.673 euro zitten en het verhaal begint opnieuw.

32 comments: