Hier wat de permanente portefeuille heeft opgeleverd sinds 1972, met links de nominale opbrengsten, midden de inflatie die gelijk is aan de rentevoet op de korte termijn staatsobligatie (zie vorig artikel waarom ik dit als de inflatie zie) en rechts de werkelijke opbrengsten van de permanente portefeuille met de inflatie er dus afgetrokken:
Op het eerste zicht lijken de rendementen fantastisch. Maar liefst gemiddeld 9,7% per jaar. Nauwelijks een jaar negatief. Echter, trek je de werkelijke inflatie af dan ziet het plaatje er heel anders uit! Plots heb je de helft van alle jaren een negatief rendement. Dan weer eens een paar procent koopkracht gewonnen. Het volgend jaar een paar procent koopkracht verloren.
Gemiddeld over 37 jaar is je koopkracht toegenomen met 3,3% per jaar. Je ziet dat dit ook de laatste 10 jaar het geval was. Die 3% gemiddeld per jaar koopkracht winst is dus vrij stabiel geweest. Niet slecht voor een portefeuille dat op automatische piloot staat. En meer moet je ook niet verwachten om in je luie stoel achterover te hangen.
Maar voor zij die denken met actief beleggen een beter rendement dan 9,7% per jaar te halen. Besef dit: aandelen hebben gemiddeld over 38 jaar geen 9,7% maar 9,4%. Staatsobligaties lange termijn gemiddeld geen 9,7% maar 9,0% en goud gemiddeld geen 9,7% maar 8,4%. Met andere woorden de permanente portefeuille zou je meer hebben opgebracht dan elke activa op zich, en je rendement zal dankzij de permanente portefeuille veel stabieler geweest zijn.
Maar zelfs met de permanente portefeuille zie je dat je koopkracht toch volatiel is. Het kan wel degelijk 20% op een jaar toenemen of afnemen. In IJsland hebben we gezien dat het in extreme situaties met 50% kan toenemen of afnemen. Maar welke betere optie heb je? Volgens mij geen want indien je het allemaal in bijvoorbeeld die zeer korte termijn staatsobligaties zou steken, of op een spaarrekening, dan kan je het indien er plots zoals in IJsland 2008 hyperinflatie uitbreekt doordat de munt keldert in waarde, wel een streep zetten door je rekening. Dus niettegenstaande ook de permanente portefeuille volatiliteit kent in je koopkracht is het toch de best mogelijke bescherming van je koopkracht.
Nu ik de permanente portefeuille meer in het licht zie van koopkracht in plaats van nominale waarde gaan we nog eens kijken of het verstandig is van slechts 3 activa te nemen in de permanente portefeuille: 33% goud, 33% aandelen en 33% lange termijn staatsobligaties, in plaats van 4 activa: 25% aandelen, 25% goud, 25% lange termijn staatsobligaties en 25% korte termijn staatsobligaties.
Hier het rendement van 3 versus 4 activa, nu met inflatie ook ingerekend:

Zeer interessant, waar ik altijd dacht dat de 4 activa portfolio veel minder negatieve jaren had dan de 3 activa, blijkt dit niet zo te zijn met inflatie ingerekend. De voorbije 38 jaar is de 4 activa portfolio ongeveer evenveel jaren negatief gegaan dan de 3 activa portfolio vanuit koopkracht perspectief bekeken.
Wel is de volatiliteit even groot, met of zonder inflatie ingerekend. Dus het is nog altijd zo dat je koopkracht volatieler is met slechts 3 activa in plaats van 4. Zo zie je bijvoorbeeld dat je koopkracht afneemt met 26% in 1981 in plaats van -19% met 4 activa. Je zit hierdoor dus met een aantal jaar tussen de 5 en 10% minder koopkracht.
Omgekeerd is het ook zo, bijvoorbeeld in 1977 heb je met inflatie ingerekend 40% koopkracht winst met slechts 3 activa in plaats van slechts 30% koopkracht winst met 4 activa. Dus je koopkracht is volatieler. En toch wel opmerkelijk veel volatieler.
Stel dat ik nu 3 activa neem en de komende jaren heb je een gelijkaardig recessie scenario als 1981: de rentevoeten schieten plots omhoog en lange termijn staatsobligaties alsook aandelen en goud dalen in waarde, dan ben ik gezien en zal ik omdat ik geen 4 activa heb en dus geen korte termijn staatsobligaties heb, die wel genieten van plots stijgende rentevoeten, een pak minder koopkracht hebben dat toch een paar jaar zal gevoeld worden.
Toch, nu ik besef dat de werkelijke koopkracht toename slechts 3,3% is gemiddeld per jaar met 4 activa, is die halve procent meer rendement met de 3 activa toch wel aanzienlijk meer. Je ziet dat dit ook vrij constant is over 10 jaar periodes bekeken. De 3 activa heeft zowel de laatste 10 jaar, als 20 en 38 jaar steeds een halve procent meer. Die halve procent betekent dat je 15% meer koopkracht zal hebben. In IJsland waar de inflatie en deflatie golven nog veel erger geweest zijn de laatste 10 jaar heb je dankzij 3 activa niet 15% maar ik schat gemakkelijk een 30% meer koopkracht met 3 activa.
Je kan dus stellen dat je koopkracht inlevert op lange termijn, om op korte termijn een stabielere koopkracht te hebben. Het geld dat je zeker 10 jaar niet nodig zal hebben kan je steken in een 3 activa portefeuille. Maar als je het belangrijk vind te kunnen uitpakken met je resultaten in het cafe dan pak je best de 4 activa omdat deze minder volatiel is en dus in de mooie jaren minder hoog gaat, maar dan gaat iedereen toch hoog, maar in de miserie jaren minder laag gaat, en dat is toch wel kunnen tegenwoordig.
Maar er dient toch opgepast te worden. Harry Browne zijn argument om cash erbij te nemen en dus de 4 activa portefeuille te nemen is dat inderdaad de volatiliteit van je koopkracht hierdoor lager is, maar ook omdat die cash in een bepaald economisch klimaat, Harry Browne noemt het een recessie, beter presteert dan de andere activa.
En inderdaad het cash gedeelte de laatste 37 jaar had om de 10 jaar een excellent jaar en trok al de andere activa naar boven. Stel dat dit economisch klimaat zich nu veel meer zou gaan voordoen dan in het verleden, en je hebt die activa niet, kan je wel eens slecht beschermd zijn.
Omdat ik besef dat ik niet weet wat er komen zal hou ik het op 4 activa of zoals Harry Browne zegt: In case of doubt, always err on the side of safety.
Noteer: de inflatiecijfers zijn fout in dit artikel, ze liggen hoger dan de rentevoeten, vooral de laatste 10 jaar. Hier het artikel.

2 comments: